Zweverig
Veel hardlopers zijn bijgelovig en hebben een ritueel of gewoonte waar ze vertrouwen uithalen. Zodra je wedstrijden begint te lopen sluimert het er langzaam in. Een wedstrijd gaat goed en na afloop probeer je vaak te zoeken waardoor dat kwam. Welk startnummer had je die dag op? Welke schoenen, sokken, wedstrijdtenue of ondergoed droeg je? Misschien liep het zo lekker door de pasta party, dat bidonnetje sportdrank, de mueslireep of de krentenbol? Als de volgende wedstrijd dan weer lekker gaat, is de kans groot dat je er bij de voorbereiding van wedstrijden 1 of meerdere rituelen op na houdt.
Ik las dat ongeveer 80% van de sporters bijgelovig is. En trainers vinden vaste rituelen doorgaans goed omdat ze werken als een psychologisch placebo: ze hebben een positieve invloed omdat de sporter dit gelooft en verwacht(*). Je voelt je er sterker door.
Ik heb zelf verschillende rituelen gehad. Als junior liep ik met een lederen armbandje. Later veranderde dat in het ritueel dat ik steevast een uur voor de wedstrijd een mars at. In mijn studenten periode was ik overtuigd van een bord Brinta pap 3 uur voor de wedstrijd. In de VS was er geen Brinta en waren we doorgaans met het team op reis en verbleven in hotels. Noodgedwongen bestond mijn wedstrijdontbijt uit bagels of cornflakes. Daarnaast goochelde ik voornamelijk met de cijfers op de startnummers. Ik bleef zolang puzzelen totdat de uitkomst een mooie plaats of tijd was. En dan stelde ik mij als doel om het beter te doen dan de uitkomst.
Terug in Nederland schakelde ik over van baanatletiek naar de weg en de omvang werd geleidelijk verhoogd. Ik ging geloven in koffie en 2 oefeningen die ik voor iedere wedstrijd deed. Als die 2 oefeningen (kruispas en mijn rug uithangen) niet gedaan waren, voelde ik me onrustig. En zo heeft iedereen zijn eigen rituelen waar hij of zij voor kortere of langere tijd aan vast houdt.
Zo ook Ellen van Langen die een hele lijst met rituelen had en nooit zonder eierkoeken op reis ging. Ze sloeg zichzelf keihard voor een wedstrijd, moest bij een goed gelopen wedstrijd de volgende wedstrijd weer dezelfde (het liefst ongewassen) sokken aan. En bij teveel overwinningen, waste Ellen ze toch maar. Verder droeg ze het hele seizoen dezelfde spikes en wilde startnummers met drie dezelfde cijfers.
Bijgeloof is een fascinerend fenomeen. Of het helpt weet je eigenlijk niet. Maar de vraag is ook of dat er eigenlijk toe doet. Erben Wennemars omschreef eens op een schitterende manier in het boek van Evert ten Napel dat alles wat hij doet voor een wedstrijd nodig is als voorbereiding op zijn prestatie: Bijgeloof is dom, want je hebt het niet nodig, maar je doet het toch.
Vivian Ruijters
(*) Michaela Schippers