Tot aan de meet

Een hele mooie manier om bij een wedstrijd over de finish te komen is de eindsprint. Voor de loper zelf, maar zeker ook voor de toeschouwer. Kijk naar de reacties in het publiek wanneer er gesprint wordt. De mooiste sprint vind ik een tweestrijd of veelstrijd tussen lopers waarbij er echt tot op de lijn gestreden wordt. De memorabele eindsprint tussen Paul Tergat en Haille Gebreselasse in Sydney, Bram Som tijdens zijn gouden race waarbij hij de Europese titel pakte, de overwinning van Kamiel Maase in Egmond. Adembenemend om te zien hoe er wordt gestreden voor elke plek, elke seconde of gewoon als spel. Op TV is de spanning vaak al eerder opgevoerd en krijg ik echt kippenvel, een stoot adrenaline en word soms zelfs een beetje zenuwachtig.

In de jaren 90 was Marti ten Kate de man van de eindsprint. Helaas voor de andere atleten wist Marti dit maar al te goed en was de rest min of meer kansloos. Wie niet weg was voor de laatste kilometer was gezien. Een geluk was dat Marti niet alleen de eindsprint als spel zag maar de hele wedstrijd. Over wedstrijdlopen zei hij:
“Het mooiste vind ik de halve marathon. Niet omdat ik daar een goede tijd op kan lopen. Nee, het spel ervan vind ik heerlijk. Vooral als het stormt en regent. Dat geeft een extra dimensie. Ik zou in principe elke halve marathon lekker achterin de kopgroep kunnen meelopen, om met mijn snelheid in de eindsprint de hele boel op te rollen. Maar daar vind ik niets aan. Ik vind het leuk om veel kopwerk te doen. Dat geeft me meer voldoening. En dan af en toe keihard versnellen. Tegen de wind in, tegen een heuvel op. Ik win graag de City-Pier-City op die manier. Stukje hard, stukje zacht, links van de weg, rechts van de weg, versnellen op elk bruggetje, elk heuveltje. Het veld achter me horen kreunen, protesteren.”

Zelf leerde ik bij Haico Scharn dat een eindsprint te trainen is. Tot die tijd was dit mijn zwakke punt en hoopte in wedstrijden telkens dat ik niemand bij me had in de laatste fase van de wedstrijd. Haico leerde me dat ik kon versnellen op elk moment in de wedstrijd. Bij wedstrijden kreeg ik de opdracht mee om te versnellen wanneer hij een seintje gaf. Ik begon wedstrijden en duels te winnen waardoor mijn vertrouwen sterker werd. De plek waar ik loop maakt niet zoveel uit: ik kan strijden voor een eerste plaats, maar net zo makkelijk met volle overgave sprinten voor plek 35. Voor mij is sprinten en versnellen veranderd in een spel en sindsdien erg leuk om te doen. Door het toevoegen van tempowisselingen en sprints zijn de trainingen gevarieerder geworden. Samen sparren en finishen met een, naar je eigen gevoel, geweldige eindsprint, geeft een kick. En de wetenschap dat je echt alles hebt gegeven maakt de voldoening na afloop des te groter.

Vivian Ruijters



Brooks skyscraper trance